|
De architect Cees Reijers schrijft over het project Queen of the South het volgende :
Rotterdam stelt halverwege de negentiger jaren een subsidie ter beschikking voor de ontwikkeling van een "woonhotel" waarin langdurig en voor lage prijzen (sociale) huisvesting kan worden geboden aan particulieren en bedrijven die hier om specifieke redenen naar zoeken. Te denken valt aan tijdelijke huisvesting bij particuliere problemen, zoals uitplaatsing, scheiding, echtelijke ruzie e.d. Ook denkt men aan tijdelijke huisvesting alvorens volgende bewoning. De gemeente wenst ook realisatie van goedkope overnachtingen voor de zakelijke markt bij langdurig hotelgebruik voor de huisvesting van theater-, muziek- en onderwijs-gezelschappen e.d.
Door een combinatie van gemeentelijke- en marktpartijen wordt met behulp van een totaalontwikkeling voor de Tarwewijk eind negentiger jaren richting gegeven om een mogelijk bouwwerk op de hoek Mijnsherenlaan - Brielselaan hiervoor geschikt te maken. Door diverse stedenbouwkundige- en haalbaarheidanalysen worden de bestemmingsplan-regels aangepast, waardoor een intensiever bouwvolume mogelijk wordt, uiteindelijk resulterend in een hoogbouw: "Queen of the South".
Het programma leidt onder druk van budgettair neutraal tot een gebouw met stapeling van functies waarin opgenomen een 2-laagse keldergarage voor 180 pp, op de begane grond en 2 verdiepingen 3000 m2 voor hotel, annexen, algemene- en kantoorruimten en de herhuisvesting van cafe "The Corner", hierop een overgangslaag voor bergingen, daarop 10 lagen met 209 hotelkamers, daarop 2 verdiepingen huurappartementen en tenslotte 9 lagen koopappartementen. Het stedenbouwkundige bouwblok wordt aan de zijde van de Brielselaan gecompleteerd met een rondgaande bebouwing waarin 10 grondgebonden woningen in 3 bouwlagen zijn opgenomen. De architectonische uitwerking van het gesloten bouwblok is benadrukt door de hoogbouw over de plint te plaatsen. De uitwerking van de plint is in donkere stenen met enkele verdiepingshoge ramen in een verspringend raster.
De hoogbouw is een plaatvolume met een footprint van een trapezium met een middendikte van 26 meter; de koppen van de plaat zijn slank en smal gehouden. De toren is uitgewerkt met geisoleerde en geslepen prefab betonpanelen, welke met toevoeging van gebroken rode tegeltoeslag de natuurlijke uitstraling behoudt. De koppen zijn deels als "ogen" uitgewerkt, welke in de vlakken van de zijwanden opgaan: de koppen en langsvlakken zijn deels voorzien van "wenkbrauwen" waarmee een ribbelstructuur en schaduw wordt toegevoegd en zo de platte vlakken architectonisch worden onderverdeeld. Deze onderverdeling valt samen met de vluchttrappenstructuur, die 's avonds met tl-licht wordt uitgelicht.
|
|
Laatst aangepast op zaterdag, 25 oktober 2008 16:00 |